Aalst Carnaval is sinds 16 november 2010 erkend door Unesco als Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid.

Uitgebreid zoeken »

Actueel


Carnaval nieuwsbrief


Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid

Aalst Carnaval is opgenomen op de Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid! Een gewichtige titel die de stad met fierheid zal dragen. Want dat Aalst Carnaval meer is dan feesten en drinken, mag nu wel duidelijk zijn. Het is een traditie, een unieke uiting van volkscultuur en maakt daarom deel uit van het immaterieel werelderfgoed.

 

DAK_04_b


Aalst Carnaval, Vastenavond, Vastelauvend of gewoonweg Oilsjt Carnaval. Ze dekken allemaal dezelfde lading: een driedaags feest met een typisch spottend en zacht anarchistisch karakter. Maar vooral de warme verbondenheid tussen alle bevolkingslagen zorgt voor een uniek gebeuren en voor de identiteit van de stad Aalst en haar bewoners. Het gebeuren is ondertussen uitgegroeid tot zo’n uniek volksfeest dat heel Vlaanderen Aalst spontaan associeert met carnaval.

 

Doorheen de geschiedenis

In Aalst dateren de oudste geschreven bronnen over carnavalsvieringen van 1432. In deze wereldlijke straatvieringen verschenen eeuwen later ook in Aalst een reus (later wordt dat reuzenpaar met kinderen) en een Ros Beiaard (Bayard). De publieke mascarades (verkleedpartijen) groeiden de daaropvolgende eeuwen uit tot een stevige traditie. Terwijl eind 19de - begin 20ste eeuw het carnaval in de rest van Vlaanderen steeds minder gevierd werd, bleef het in Aalst zeer levendig; zeker toen in 1923 de hele viering georganiseerd werd door een feestcomité. Sindsdien trekt jaarlijks een grootse stoet door de straten van de binnenstad en telt men de stoeten.

 

Meer weten over de geschiedenis van Aalst Carnaval? Klik hier.

 Louies_021_bruikleen_a


Het immaterieel erfgoed van Aalst Carnaval

De erfgoedelementen zijn talrijk aanwezig in het Aalsterse Carnaval. Om te beginnen wordt er jaarlijks een prins carnaval verkozen. Hij krijgt voor drie dagen de sleutel van de stad en zwaait zo symbolisch de scepter over de stad en carnaval. Deze sleutel ontvangt hij de dag voor de zondagsstoet op de raadszitting waarop hij en andere notoire carnavalisten de lokale politici in hun hemd zetten. Zondag barst het carnavalsfeest los met de rondgang van de stoet. De prins en de keizer gaan het reuzenpaar, het Ros Balatum en de Aalsterse Gilles voor. Daarna volgt een kilometerslange stoet waaraan zich jaarlijks zo’n 70.000 tot 100.000 toeschouwers vergapen.

 

Op maandag bedwingen de Gilles de wintergeesten tijdens hun traditionele bezemdans op de Grote Markt. Vervolgens proberen duizenden mensen de gouden ajuin te bemachtigen tijdens de ajuinworp. In de namiddag trekt de stoet een tweede maal door de straten. ‘s Avonds valt het verdict van de jury en wordt bekendgemaakt welke groep winnaar wordt bij de kleine, de middelgrote en de grote groepen. De dag eindigt in een nieuwe carnavalsnacht op en rond de Grote Markt waarbij alle centrumstraten en talrijke cafés veranderen in één grote, bruisende massa feestvierders. De echte Aalsterse carnavalisten beoefenen als geen ander dé carnavalssport bij uitstek: het elkaar verwijten zonder herkend te worden. Ook dat maakt deel uit van het immaterieel erfgoed van het carnavalvieren.

 

Op dinsdagmiddag trekt een stoet van duizenden Voil Jeanetten door de binnenstad. Het fenomeen is ontstaan aan het einde van de 19de eeuw: de arbeiders, die zich geen duur carnavalskostuum of masker konden veroorloven, namen hun toevlucht tot de afgedragen kleren van hun echtgenote. Toen al werden ze in de lokale pers bestempeld als ‘vuil jeanetten’. Een eeuw later zijn ze uitgegroeid tot hét symbool van het Aalsterse carnaval met als attributen een korset met baleinen, een vogelkooi met een gedroogde haring, een kinderkoets, een lampenkap en een kapotte paraplu. Dinsdagavond valt het doek over de carnavalsviering met de verbranding van de Vastenavondpop. Voor velen dan ook een zeer emotioneel moment, waarna de oproep (‘Doeme voesj’) om nog verder te feesten, massaal opgevolgd wordt.

 

Een niet onbelangrijk facet van het erfgoed is ook de voertaal tijdens het carnaval van Aalst. Dat is namelijk het Aalsterse dialect. Dat dialect komt volledig tot uiting tijdens de vele carnavalsliedjes die er elk jaar bijgemaakt worden. Vanaf de vroege jaren ’60 is er een ware explosie van Aalsterse liedjes. Sinds de jaren ‘90 komen er jaarlijks zo’n 125 liedjes in het Aalsterse dialect bij. In totaal zijn er tussen 1960 en 2010 maar liefst 3250 liedjes in het Aalsterse dialect geschreven. Bijna allemaal zijn ze ontstaan binnen het carnavalsmilieu.

 

Carnaval is belangrijk immaterieel erfgoed van Aalst, dat de stad een eigen identiteit en imago verleent in de streek en ver daarbuiten. In 2008 werd Aalst Carnaval opgenomen in de 'Inventaris van immaterieel cultureel erfgoed Vlaanderen’. Vanaf 2010 mag daar ook de Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid aan toegevoegd worden. Anders gezegd: Aalst Carnaval is sterk verankerd in het verleden, maar toch springlevend en nog steeds evoluerend!

 

 

DAK_05_a


UNESCO

 

De Representatieve Lijst wordt samengesteld op basis van de Unesco Conventie 2003 voor de bescherming van het immaterieel erfgoed. Deze conventie is een aanvulling en een antwoord op de Unesco-conventie van 1972. Dat beschermt de monumenten en landschappen en ik bekend voor zijn lijst van het werelderfgoed. De conventie van 2003 gaat vooral over niet-tastbaar erfgoed: tradities, feesten, dansen, rituelen, verhalen, oude ambachten, dialecten, oude liedjes... Vlaanderen spreekt in dat verband over ‘volkscultuur’.

 

Op dinsdag 16 november 2010 werd in Nairobi (Kenia) Aalst Carnaval aan die lijst toegevoegd. Die erkenning is zeker een erkenning van het werk van alle carnavalsverenigingen, losse groepen en individuele carnavalisten, die soms maandenlang aan hun praalwagens en hun kostuums werken. Het is ook een erkenning dat Aalst Carnaval, met zijn folklore, met zijn typische erfgoedelementen zoals de stoet, het reuzenpaar, het Ros Ballatum, de Gilles, de ajuinenworp, de Voil Jeanetten… een traditie is die de moeite waard is om in stand te houden.